Rudmer
-
8 maart 2020
-
No Responses

12TOPRO: the battle

12toprofoto

Mensen, wat vliegt de tijd. Het is alweer drie maanden geleden dat ik in boksarena ‘t Zonnehuis in Amsterdam de ring in stapte. Aan de maandenlange Rocky-film waarin ik leefde kwam op zondag 8 december eindelijk een eind. Mijn vorige blog sloot ik af met de vraag of al het harde werken genoeg zou zijn, of alles eruit zou komen en of ik misschien zelfs wel kon winnen. Een cliffhanger van jewelste natuurlijk, waardoor ik jullie (lees: de schaarse lezers van mijn blog) nog een verhaal verschuldigd ben. Hoewel de meeste mensen uit mijn omgeving inmiddels weten hoe mijn reis naar de ring is geëindigd, moet ik toch nog even terugblikken op de dag waar het allemaal om draaide. Daarmee is het verhaal rond. En daarna houd ik erover op. Beloofd. 

Het gevoel dat mijn teamgenoten en ik hebben op 8 december is moeilijk uit te leggen. Nadat je uitgebreid bent aangekondigd door een Ron Brandsteder-achtige omroeper, loop je half verdoofd door een mix van adrenaline, spanning en concentratie naar het hol van de leeuw. Terwijl je jezelf onder toeziend oog van zo’n 500 mensen tussen de touwen door wurmt om de ring te betreden, hoor je je familie en vrienden om de beurt je naam schreeuwen. Het moment om te ontdekken of al het harde werken genoeg is geweest is daar. Aan mijn voorbereiding kon het niet liggen. Ik heb drie maanden geleefd als een topsporter en getraind als een idioot. Iedere week drie bokstrainingen, meerdere sportschool- en hardloopsessies, schaduwboksen voor de spiegel, mega gezond eten, zo goed als geen alcohol en minimaal acht uren slaap. Ik wilde als ik in de ring stond het gevoel hebben dat ik er alles aan had gedaan, en volgens mij is dat in ieder geval gelukt.

Een goede voorbereiding is misschien het halve werk, maar geen garantie voor een goed gevecht. Mijn wedstrijd verloopt die dag jammer genoeg anders dan ik had gehoopt. Mijn plan van tevoren? Direct maximaal aanvallen, vooruit vechten en proberen dichtbij mijn tegenstander te blijven, om hem zo snel en zo goed mogelijk te kunnen raken. Dit ‘gameplan’ stond een paar weken voor het gevecht eigenlijk al vast, en hing al net zo lang bij mij thuis op de wc. Hoe vaker ik ernaar keek, hoe beter, was mijn idee. Toch besluit ik vlak van tevoren mijn strategie nog iets aan te passen. Ik zie hoe mijn teamgenoten voor mij de ring uit komen: meer dood dan levend. Ze waarschuwen me: ‘Je gaat helemaal naar de klote, dus begin rustig!’ Ik besluit daarom om de eerste ronde  iets rustiger te beginnen en mijn aanval langzaam op te bouwen. Dat beuken komt wel, denk ik.

Omdat ik niet meteen volle bak ga sta ik iets verder van mijn tegenstander af, waardoor hij –  technisch een betere bokser dan ik – me makkelijker kan raken. En door zijn goede linkse jab raakt hij mij vaker dan ik hem. Door een van zijn eerste voltreffers in mijn gezicht heb ik al in de eerste ronde een bloedneus. Dit bloedt aan het begin van de tweede ronde nog hevig, waardoor ik op een gegeven moment even stop met vechten en een soort ‘moet ik dit niet even schoonmaken?-gebaar’ maak naar de scheidsrechter. Blijkbaar mag dit niet, want ik krijg meteen acht seconden aan mijn (Decathlon-)broek. Niet veel later raak ik tijdens een worsteling uit balans waardoor ik heel even met mijn hand de grond raak. Wederom acht seconden. En twee keer acht seconden tegen je krijgen in één ronde betekent einde wedstrijd. Door alle adrenaline heb ik het niet meteen door, maar als mijn trainers bevestigen dat het klaar is baal ik natuurlijk enorm. Verdomme, denk ik, dit is niet hoe ik het voor me had gezien. Bovendien ben ik nog lang niet moe en heb ik naar mijn idee niet alles kunnen laten zien wat ik wilde. Oké, ik geef toe: mijn tegenstander is ook gewoon beter dan ik en daarom ook de terechte winnaar. Louisciano, nogmaals gefeliciteerd, lekker gewerkt pik.

En dan is het klaar! Het moment waar mijn mede-boksers en ik de laatste paar weken ook wel echt naar uit hadden gekeken. Even geen druk, spanning en verplichtingen meer. We hebben het geflikt. En natuurlijk sta ik na mijn gevecht nog even te balen. Maar terwijl ik van mijn eerste halve liter bier sinds een wekenlange drooglegging sta te genieten, overheerst toch vooral een gevoel van trots. We er vol voor gegaan en hebben alles gegeven, en dat pakt niemand ons meer af. 

De weken die volgen doe ik lekker rustig aan. Dat moet ook wel, want als ik de maandag na het gevecht bij de huisarts ben om mijn neus even te laten checken (hij lijkt een klein beetje scheef te staan), blijkt ‘ie gebroken. De KNO-arts in het OLVG die de definitieve diagnose stelt zegt doodleuk dat ik de volgende morgen nuchter terug moet komen, om (onder volledige narcose) geopereerd te worden. Die had ik even niet aan zien komen. Behalve de aanslag op mijn eigen risico heb ik er verder weinig ellende van. Pijn doet het gelukkig niet, en stiekem maakt een gebroken neus het verhaal natuurlijk helemaal compleet.

Wat ik van het 12TOPRO-avontuur geleerd heb? Dat het heerlijk is om nieuwe dingen te doen en daar ook vol voor te gaan. Dat maakte het boksen voor mij een unieke ervaring, maar ook een inspiratiebron. Erover schrijven ga ik in ieder geval niet meer doen. Na twee blogs is het wel mooi geweest. Tijd voor andere verhalen.  

Recente berichten